Get Adobe Flash player

Diabetus Mellitus

Diabetes mellitus betekent letterlijk ‘honingzoete doorstroming’. Het is een chronische stofwisselingsaandoening, die van invloed is op het dagelijks leven. Een diabeet (= de mens met diabetes) heeft zijn verdere leven hulp nodig bij het reguleren van de bloedglucosespiegel.

Goede bloedglucosewaarden (ook wel bloedsuikers genoemd) zijn van groot belang. Door deze waarden tussen 4 en 10 mmol/l te houden (bij een ‘gezond’ mens zijn die waarden tussen 4 en 8 mmol/l) stijgt de kwaliteit van leven nu en later en kan de kans op het krijgen van complicaties, zoals bijvoorbeeld nierafwijkingen, oogafwijkingen en hart- en vaatziekten, in de toekomst worden verkleind.

Er bestaan verschillende vormen van diabetes, type 1 en type 2.

Type 1 diabetes

wordt ook wel jeugddiabetes genoemd. Het ontstaat meestal voor het 40e levensjaar en manifesteert zich acuut.

In het geval van type 1 diabetes wordt er door de alvleesklier in het geheel geen insuline meer aangemaakt. De ß-cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier, die zorgen voor de productie van insuline, zijn vernietigd.

De symptomen wijzen duidelijk op diabetes; de diagnose is niet moeilijk te stellen. Symptomen zijn onder meer: extreem veel drinken, chronische vermoeidheid en sterke vermagering.

Type 1 diabeten zijn alleen te behandelen met insuline-injecties.

Type 2 diabetes

wordt ook wel ouderdomsdiabetes genoemd. Het kan ontstaan op elke leeftijd, maar meestal na het 40e levensjaar.

In het geval van type 2 diabetes wordt er door de alvleesklier nog wel, maar niet voldoende, insuline aangemaakt of is de gevoeligheid voor insuline verminderd.

De symptomen zijn niet duidelijk; de diagnose is moeilijk te stellen. Symptomen kunnen zijn: chronische vermoeidheid, oogklachten en geïrriteerd zijn.

Heel vaak wordt type 2 diabetes pas ontdekt bij het optreden van nevenverschijnselen, zoals bijvoorbeeld slechter zien.

De behandeling kan geschieden met alleen een dieet, met tabletten, met insuline of met een combinatie daarvan.

Diabetes mellitus is een goed te behandelen aandoening waarbij, in tegenstelling tot andere aandoeningen, de patiënt zelf veel inbreng kan en moet hebben.

Hypo’s en hypers

Hypo’s (hypoglycemie) en hypers (hyperglycemie) zijn ontregelingen van de bloedglucosewaarden.

Bij een niet-diabeet liggen de bloedglucosewaarden tussen de 4 en 8 mmol/l. Bij een diabeet kunnen die waarden sterk uiteenlopen. Dit is afhankelijk van een groot aantal factoren. We spreken van een goed ingestelde diabeet als de waarden tussen de 4 en 10 mmol/l liggen.

Hypo

Bij een hypo is de bloedglucosewaarde onder 4,0 mmol/l.

De verschijnselen van een hypo zijn voor iedere diabeet verschillend, maar zijn globaal als volgt te herkennen:
glucosespiegel symptomen/uiterlijke kenmerken
3 – 3,5 mmol/l gestoorde fijne motoriek, concentratieverlies
2,5 – 3 mmol/l hartkloppingen, zweten, beven, angstgevoelens, hongergevoel, verwardheid, hoofdpijn, dromen
2 – 2,5 mmol/l vermoeidheid, dubbel zien, ernstige sufheid
1 – 2 mmol/l onwillekeurige spierbewegingen, agressief gedrag, voorbijgaande verlammingen, spraakuitval, coma (wijde pupillen)

De oorzaken van het ontstaan van een hypo zijn:

• te weinig of te laat eten

• te veel insuline gespoten

• te veel tabletten ingenomen

• meer beweging dan normaal

• te veel alcohol

• verkeerde spuittechniek

• verkeerde combinatie van medicijnen

• hoge buitentemperatuur (de insuline wordt dan sneller opgenomen)

• gebruik van medicijnen die het bloedglucoseverlagend effect van tabletten versterken.

Wat te doen bij een hypo?

Zodra de eerste verschijnselen zich voordoen:

• meten!

• Al naar gelang van de uitkomst van de bloedglucosewaarde een aantal druivensuikertabletten nemen, Sportdrank, sap of gezoete frisdrank (bijv Cola) drinken.

• én, om te voorkomen dat kort daarna weer een hypo optreedt, een boterham, een appel of andere koolhydraten eten die langzaam in glucose worden omgezet.

Hyper

Bij een hyper is er sprake van een te hoog bloedglucosegehalte (hoger dan 10 mmol/l). Anders dan bij een hypo zijn de waarschuwingssignalen van een hyper vaak niet zo extreem waarneembaar. Dat is ook de reden dat de diabetes vaak pas laat wordt ontdekt bij type 2 diabeten. Zij hebben doorgaans geen of lichte moeilijk te herkennen klachten.

Veel diabeten herkennen de verschijnselen van een hyper uit de periode vóór de ontdekking van hun diabetes.

Deze zijn onder meer:

• dorst en veel drinken

• vermoeidheid

• slaperig

• weinig eetlust

• veel plassen

• gewichtsverlies

• jeuk

• wazig zien.

Ook een hyper wordt door elke diabeet anders ervaren.

De oorzaken van een hyper kunnen zijn:

• te veel gegeten

• te weinig insuline gespoten

• te weinig tabletten ingenomen

• minder beweging dan normaal

• stress

• ziekte met koorts

• medicijnen (bijv. Prednison en sommige plastabletten)

• verkeerde manier van spuiten.

Wat te doen bij een hyper?

Bij een hyper kunt u een aantal dingen doen:

• meten!

• bewegen

• insuline bijspuiten (eventueel in overleg met de arts of diabetesverpleegkundige)

• veel drinken. Bij braken en uitdroging altijd een arts waarschuwen.

Te hoge bloedglucosewaarden (boven 10 mmol/l) kunnen op langere termijn leiden tot complicaties. Hyperglycemie kan een schadelijk effect hebben op ogen, nieren, hart- en bloedvaten en zenuwen. Een goede instelling kan deze complicaties uitstellen of zelfs voorkomen.

Voedingsadviezen

• Regelmaat. Eet elke dag drie maaltijden en een aantal keren iets tussendoor. Regelmatig koolhydraten eten helpt om schommelingen in de bloedglucosespiegel te voorkomen.

• Zo min mogelijk verzadigd vet. Het vermijden van verzadigd vet helpt hart- en vaatziekten te voorkomen.

• Een gezond gewicht. Een gezond gewicht heeft een gunstig effect op de bloedglucose en helpt mee hart- en vaatziekten te voorkomen. Bij overgewicht kunnen enkele kilo’s gewichtsverlies al helpen om het bloedglucosegehalte te verbeteren!

• Streven naar richtlijnen gezonde voeding.

• Suiker met mate. Suikervrije producten zijn in tegenstelling tot wat men vroeger dacht, niet nodig. Wees wel matig met suiker: dat helpt mee op gewicht te blijven.

• Geen suikerhoudende dranken nemen, dus ook geen vruchtensappen

• Alcohol met mate. Neem niet meer dan twee glazen alcohol per dag. Alcohol kan het bloedglucosegehalte ontregelen.

• Voldoende voedingsvezels. Vezels uit fruit, groente en peulvruchten hebben een gunstige werking op zowel de bloedglucose als het cholesterolgehalte van het bloed.

Niet te veel cholesterolrijke levensmiddelen. Eet niet meer dan drie eieren per week en hooguit eens in de twee weken lever, nier, paling of garnalen.

Balance Diëtisten

Lusthoflaan 2
2316 JA Leiden
Tel: 071 - 5 23 50 65

Leiden

Schuttersveld 91
Lusthoflaan 2 / hoek Herensingel
Breestraat 74 (Centrale apotheek)

Oegstgeest

Boerhaaveplein 19
Apollolaan 230